Annotatie: Schadevergoeding voor het missen van een schoolfoto

Islamitische kinderen krijgen schadevergoeding voor missen schoolfoto

Op 10 juli 2017 heeft een Haagse Kantonrechter uitspraak gedaan in een buitengewone zaak. Twee islamitische kinderen hebben de jaarlijkse schoolfoto gemist vanwege het Offerfeest, en hebben nu recht op een schadevergoeding, volgens de Haagse rechter. Dit besloot de rechter nadat de moeder van beide kinderen de openbare school had aangeklaagd voor een bedrag van €5.000,- per kind. De school is uiteindelijk veroordeeld een schadevergoeding te betalen van €500,- aan de betreffende familie.

Feiten en omstandigheden

In deze zaak had de Stichting “De Haagse Scholen” een schoolfotograaf geboekt voor de Maria Montessorischool in Den Haag voor 24 september 2015. Deze fotograaf zou individuele foto’s en groepsfoto’s maken van alle leerlingen van de Montessorischool. In 2015 viel echter het islamitische Offerfeest precies op 24 september. Toen een moeder van twee islamitische kinderen verlof aanvroeg voor het Offerfeest was deze ongelukkige samenloop nog niet duidelijk. Het verlof werd geaccepteerd, en op 24 september werden foto’s gemaakt zonder de twee kinderen. Als alternatief had de school ervoor gezorgd dat de fotograaf een tweede keer naar de school kwam, zodat toch nog individuele foto’s gemaakt zijn van de afwezige kinderen. De groepsfoto werd opnieuw gemaakt door de directeur van de school.

Namens de kinderen was een vordering ingediend tegen de stichting. Van de stichting werd een schadevergoeding van €10.000,- geëist vanwege het onrechtmatig handelen op grond van artikel 7 lid 1, aanhef en onder c van de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Aan deze vordering lag ten grondslag dat de school de kinderen ongelijk behandeld heeft ten opzichte van de andere kinderen die wel aanwezig waren bij de schoolfoto. Daarnaast was volgens de moeder het geboden alternatief van de school niet voldoende, de opnieuw gemaakte groepsfoto’s konden niet door de ouders aangeschaft worden, en werden niet in de school opgehangen. Bij de individuele foto’s was dit wel het geval.

De Stichting heeft zich voornamelijk verweerd door te stellen dat een goed alternatief is geboden voor de kinderen die afwezig waren, en dat daarom geen onderscheid is gemaakt tussen de kinderen met verschillende religieuze overtuigingen.1

De uitspraak van de rechter

Kort samengevat heeft de rechter in deze zaak geoordeeld dat de Stichting onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van de kinderen op grond van artikel 7 lid 1, aanhef en onder c Awgb. Daarnaast heeft de rechter geoordeeld dat de school een schadevergoeding van in totaal €500,- zal moeten betalen aan de betreffende familie.

Met deze uitspraak heeft de rechter allereerst duidelijk gemaakt dat het mogelijk is om verlof te vragen voor religieuze activiteiten, door het gegeven verlof in deze zaak niet te betwisten. Dit verlof zou in beginsel in strijd zou kunnen zijn met de Leerplichtwet.2 Uitzonderingen op een zodanige wet zijn natuurlijk mogelijk in de vorm van ziekte of een bruiloft. Maar geldt dit ook voor een religieuze feestdag, een jaarlijks terugkerende dag die niet wettelijk is vastgelegd als vrije dag? En is het wel de taak van de rechter om uitspraak te doen over dergelijke uitzonderingen?

Daarnaast heeft de rechter geoordeeld dat de kinderen onrechtmatig zijn behandeld op grond van artikel 7 lid 1 Awgb. Bij deze beoordeling heeft de rechter onderscheid gemaakt tussen de individuele foto’s en de groepsfoto’s. Wat betreft de individuele foto’s is een goed alternatief geboden, gezien de fotograaf de foto’s van de afwezige kinderen alsnog op een andere dag heeft gemaakt. Voor de groepsfoto’s is dit echter niet het geval volgens de rechter. Dit blijkt uit het feit dat de foto’s niet door de ouders konden worden aangeschaft, en daarnaast ook niet in de school zijn opgehangen. Zonder alternatief is dus onrechtmatig gehandeld ten opzichte van de afwezige kinderen. De vraag is nu natuurlijk wat een school moet doen om wel een goed alternatief te bieden. De school heeft duidelijk laten blijken een poging gedaan te hebben de kinderen alsnog op de schoolfoto te krijgen. De fotograaf is opnieuw naar de school gekomen en zowel de individuele foto als de groepsfoto zijn opnieuw gemaakt. Is dan het feit dat de foto’s niet aangeschaft kunnen worden en niet opgehangen zijn voldoende om te stellen dat de kinderen ongelijk behandeld zijn? Feit is dat de rechter hier heeft laten blijken dat het bieden van alternatieven niet snel zal worden geaccepteerd.

De uitspraak van de rechter in deze zaak is een duidelijk voorbeeld van rechtspluralisme, of een multiculturalisme in onze rechtsorde. In zo’n geval legt de rechter in zijn uitspraak culturele en religieuze overtuigingen van individuen uit, en laat deze meewegen in zijn beslissing

De uitspraak van de rechter in deze zaak is een duidelijk voorbeeld van rechtspluralisme, of een multiculturalisme in onze rechtsorde.3 In zo’n geval legt de rechter in zijn uitspraak culturele en religieuze overtuigingen van individuen uit, en laat deze meewegen in zijn beslissing. Dit betekent dat een zaak niet alleen beoordeeld word aan de hand van de Nederlandse wet, maar ook aan de hand van religieuze regels. Rechtspluralisme is geen onbekend fenomeen en kwam ook naar voren in een zaak van Rechtbank Amsterdam in 2007.4 In deze zaak heeft een islamitische vrouw een uitkeringsinstantie aangeklaagd voor het stopzetten van haar uitkering. Deze was stopgezet omdat de vrouw twee banen had geweigerd. De eerste baan omdat ze hier haar boerka niet mocht dragen, de tweede omdat ze hier werd gevraagd loten te verkopen. Beide handelingen zijn verboden in het islamitische geloof. De rechter heeft op grond van het voorgaande besloten dat de vrouw nog steeds recht heeft op haar uitkering, en heeft hiermee deze religieuze regels geïntegreerd in ons rechtssysteem. Hetzelfde komt naar voren in de uitspraak van de rechter in de huidige zaak. Niet alleen heeft de rechter besloten dat het toegestaan is verlof te vragen voor religieuze feestdagen, maar ook dat scholen rekening dienen te houden met deze religieuze feestdagen bij het plannen van een schoolfoto.

Religie en onderwijs

De uitspraak van de rechter heeft veel losgemaakt in Nederland. In verschillende talkshows werd gediscussieerd over de wenselijkheid en de gevolgen van deze beslissing.5 Ook in de politiek is het niet onopgemerkt gebleven. De PVV heeft naar aanleiding van de uitspraak Kamervragen ingediend met als doel de betreffende rechter op non-actief te laten zetten.6 Deze grote belangstelling maakt duidelijk dat het hier niet gaat om de details van deze zaak, of de precieze overwegingen van de rechter. Het gaat om een groter maatschappelijk dilemma wat door deze zaak aan het licht is gebracht. Namelijk in hoeverre scholen rekening dienen te houden met de religieuze overtuigingen van hun leerlingen.

Wat betreft het Christendom is hier natuurlijk geen discussie over. De overheid heeft wettelijke vrije dagen vastgesteld voor de gebruikelijke christelijke feestdagen.7 Met Kerst, Pasen of Hemelvaart hebben alle kinderen in Nederland vrij van school. Dat deze christelijke feestdagen wettelijk zijn vastgelegd heeft te maken met de christelijke traditie in Nederland, maar ook met het feit dat van de religieuze Nederlanders het grootste deel (nog steeds) christelijk is.8 Naast het Christendom is de Islam de grootste religie in Nederland.9 Islamitische jongeren zijn breed vertegenwoordigd op de Nederlandse scholen. Het groeiende aantal vluchtelingen die de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen, heeft ervoor gezorgd dat het aantal islamitische leerlingen op scholen stijgt.10 Naast de Islam zijn nog vijf andere grote religies in Nederland: het Jodendom, het Boeddhisme, het Hindoeïsme, het Sikhisme en het Bahá’i-geloof.11 Bij elkaar opgeteld hebben deze vijf religies ongeveer 120 feestdagen.12 Deze feestdagen zijn natuurlijk niet allemaal wettelijk vastgelegd, maar ze worden wel degelijk gevierd door sommige Nederlanders.

Dilemma

Zoals gezegd hebben we hier te maken met een maatschappelijk dilemma. Dienen scholen rekening te houden met alle religieuze feestdagen die in Nederland worden gevierd? Of moeten ze alleen rekening houden met de christelijke feestdagen, en daarmee onderscheid maken tussen hun leerlingen en hun verschillende religieuze opvattingen?

Uit deze uitspraak blijkt dat de Nederlandse scholen rekening moeten houden met de religieuze feestdagen van alle religies. Als de Maria Montessorischool rekening moet houden met het islamitisch Offerfeest, geldt dat natuurlijk ook voor andere religieuze feestdagen. Zoals eerder aangegeven bestaan ongeveer 120 niet-christelijke feestdagen. Als we hier dan de christelijke feestdagen en de vakanties in Nederland bij op tellen, blijven heel weinig dagen over waarop een school zijn jaarlijkse schoolfoto’s zou kunnen plannen. Natuurlijk is de kans erg klein dat alle religies zijn vertegenwoordigd op een enkele school. Het zou echter kunnen gebeuren dat een moeder, aanhangster van het Sikhisme, naar school belt om verlof voor haar kinderen te vragen voor de jaarlijkse viering van de geboorte van Goeroe Tegh Bahadur. Als deze kinderen dan de schoolfoto missen, is volgens de rechter sprake van onrechtmatig handelen, en zal de school een schadevergoeding moeten betalen. Dit is natuurlijk niet wenselijk voor een school, en maakt het bijna onmogelijk om nog activiteiten te plannen. Daarnaast is het nog maar de vraag of het in het vervolg alleen gaat om schoolfoto’s of zullen binnenkort ook ouders bellen die een schadevergoeding eisen voor hun kinderen voor het missen van een excursie, of een sportdag? Deze onoverzienbare gevolgen stipte ook columnist Özcan Akyol aan bij Jinek: “Er is nu een precedent gecreëerd, dus eigenlijk zou iedereen nu op elk moment vrij kunnen vragen, en op het moment dat er een of ander evenement is, en zij kunnen daar niet aan deelnemen vanwege een feestdag (…) dan kunnen ze blijkbaar naar de rechter stappen en zeggen wij worden ongelijk behandeld.”13 Het is dus voor scholen een vrijwel onmogelijke taak om al hun leerlingen gelijk te behandelen.

Dienen de scholen dan alleen rekening houden met het christelijke geloof? Gebaseerd op de christelijke traditie in Nederland is dit niet geheel onlogisch. De vraag is echter hoe belangrijk deze christelijke traditie tegenwoordig nog is in de Nederlandse samenleving. Uit onderzoek blijkt dat nog maar de helft van alle Nederlanders gelovig is.14 Er is zelfs al een maatschappelijk discussie op gang gekomen om enkele wettelijke christelijke feestdagen in te leveren, om daar voor in de plaats bijvoorbeeld elk jaar op Bevrijdingsdag vrij te zijn.15 Door het vervangen van de traditionele christelijke feestdagen met wettelijke non-religieuze feestdagen wordt in ieder geval geen onderscheid meer gemaakt tussen leerlingen met verschillende religieuze overtuigingen.

Conclusie

Met deze uitspraak heeft de rechter een duidelijk signaal gegeven richting de Nederlandse scholen. Leerlingen met verschillende religieuze achtergronden moeten gelijk behandeld worden. Dit houdt in dat scholen rekening moeten houden met deze religieuze overtuigingen tijdens het in plannen van activiteiten op school. De rechter heeft bij zijn beoordeling van deze zaak blijk gegeven van een rechts-pluralistische benadering. Maar is deze rechts-pluralistische benadering wenselijk, en zal dit geen gevaar vormen voor onze democratische rechtsstaat? Natuurlijk is het belangrijk dat religieuze minderheden beschermd worden en de ruimte krijgen hun religie uit te oefenen in Nederland. En dat dit betekent dat ze verlof kunnen vragen voor religieuze feestdagen is begrijpelijk. Maar gaat de rechter niet een stap te ver door te besluiten dat de scholen zich ook moeten aanpassen aan deze religieuze minderheden?

Hier tegenover staat de vraag of de christelijke traditie en de wettelijk vastgelegde christelijke feestdagen in Nederland nog wel een goede afspiegeling zijn van de huidige multiculturele samenleving. Is het tegenwoordig überhaupt nog wenselijk dat religie onderdeel uitmaakt van ons rechtssysteem? Het introduceren van wettelijke non-religieuze feestdagen is een interessant concept. Hierdoor zal in ieder geval geen onderscheid meer gemaakt worden op grond van religie.

Het is nog onduidelijk welke gevolgen deze uitspraak heeft voor het Nederlandse onderwijs. Is in deze zaak een precedent geschapen voor meer schadevergoedingsclaims tegenover scholen voor het missen van een schoolfoto? En zal het alleen bij schoolfoto’s blijven of zal het in het vervolg ook gaan om sportdagen, excursies of andere activiteiten? De antwoorden op deze vragen zullen moeten blijken uit toekomstige zaken. De rechter zal hierbij in ieder geval een duidelijke afweging moeten maken tussen het beschermen van religieuze minderheden in ons land, en de belangen van de Nederlandse scholen die onmogelijk met alle religieuze overtuigingen rekening kunnen houden. 

Kennedy van der LaanAllen & OveryDirkzwagerTaylor Wessing
Van DoorneHVG Law LLPDLA PiperBaker McKenzie
Inloggenclose