E. M. Hondius: Urgenda, rechter en wetgever

Naar een schoner milieu of een schoner recht?

Ooit verzorgde ik, in een vorige werkkring, onderwijs in het vak milieurecht. Dat was aan het eind van de jaren zestig en de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het vak was grotendeels privaatrechtelijk ingekleurd: het ging over hinder en misbruik van recht, over burenrecht ; over ‘s avonds laat piano doorspelende meisjes en andere gevallen van geluidhinder – zie E.H. Hondius, Ervaringen met de Leidse milieurecht kursus, Tijdschrift voor milieu en recht 1975, p. 119-121.

Wat was de opzet van het vak? Mijn opzet was te onderzoeken welke bijdrage het privaatrecht kon leveren aan een schoner en beter milieu. Over die opzet kreeg ik onenigheid met een van de student-deelnemers. Die vond dat we omgekeerd moesten bekijken welke bijdrage het milieurecht aan een rechtvaardiger en effectiever privaatrecht kon leveren. Ik was de docent en dus won ik de strijd. Maar ruim veertig/vijftig jaar later is er aanleiding om de vraag op te werpen of er wellicht toch iets te zeggen valt voor de zienswijze van de student (die het overigens als hoogleraar aan een zusterfaculteit ook goed gedaan heeft).

‘Nog belangrijker dan de aard van het (milieu)recht is de kwestie rechter of wetgever.’

Met het milieurecht heb ik mij niet zo lang bezig gehouden. Dat rechtsgebied veranderde vrij snel van een privaatrechtelijke naar een publiekrechtelijke optiek: de wet geluidhinder, de wet omgevingsrecht, oppervlaktewateren, enz. Dat zijn allemaal puur publiekrechtelijke regels. Daar is niets mis mee, maar voor mij met mijn privaatrechtelijke achtergrond wel aanleiding het vakgebied aan anderen over te laten. Inmiddels heeft evenwel wederom een paradigmaverandering plaatsgevonden. Het privaatrecht rukt weer op. Wie weet ga ik er weer eens een capitavak aan wijden.

Naar een schoner recht

Nog belangrijker dan de aard van het (milieu)recht is de kwestie rechter of wetgever. Het Hof-arrest in Urgenda heeft meteen een storm van kritiek opgeleverd – zie het commentaar van de Leidse jurist Geerten Boogaard. Wij zijn niet tegen een schoner milieu, aldus de critici, maar doe dat dan via de wet of via de uivoerende macht. De rechtspraak is hier niet voor bedoeld. Een heel andere benadering treffen we aan in de bijdrage ‘Het privaatrecht als instrument in het publieke domein’, NJB 2018, p. 2316-2321, van mijn collega Ivo Giesen. Deze ziet in Urgenda – en in de zaak Tristan van der Vlis – het begin van een nieuw tijdperk waarin beleid ook buiten Den Haag kan worden gemaakt en ook buiten de politiek in de rechtszaal.

Een Leids voorstel

Ook een andere, nog bredere benadering is mogelijk. We vinden deze uitgewerkt in het Leids onderzoeksvoorstel: ‘klimaatrechtvaardigheid via de rechter’. Onder deze titel heeft de Leidse onderzoeker Margaretha Wewerinke-Singh een voorstel ingediend.

In navolging van de Urgenda-klimaatzaak stappen activisten overal ter wereld naar de rechter om ambitieuzer klimaatbeleid af te dwingen, vaak op gronden van mensenrechten. Dit interdisciplinaire project onderzoekt de effectiviteit en mogelijke keerzijden van dit soort acties.

Kennedy van der LaanAllen & OveryPels RijckenTaylor Wessing
DLA PiperHVG Law LLPBaker McKenzieVan Doorne
Inloggenclose