De invloed van media op de wetgeving

Rol van de media

Van origine wordt de media gezien als waakhond van de maatschappij.3 Zowel politieke als private misstanden of onwenselijkheden worden er aan de kaak gesteld, met vaak grote gevolgen voor de betrokken partijen. Denk bijvoorbeeld aan de onvrede over het intrekken van de 403-verklaring door Shell, daags waarna Shell alsnog onder maatschappelijke druk aangaf voor de schade garant te zullen staan.4 Daarnaast biedt de media traditioneel gezien een podium voor verschillende groepen in de samenleving om met elkaar in de debat te gaan, maar ook om van en over elkaar te leren.5

De laatste decennia is in mijn optiek deze maatschappelijke functie van de media ondergeschikt geraakt aan de commerciële belangen die een rol zijn gaan spelen. Voorbeelden hiervan zijnde recente verwoede overnamepogingen van De Mol op het toen nog beursgenoteerde Telegraaf Media Group. Deze commercialisering is niet slechts iets waaraan ‘populaire  media’ als PowNed en de Telegraaf zich schuldig aan maken, maar ook traditionele media zoals het NOS Journaal. Dit blijkt zowel uit de onderwerpen die zij belichten, als de wijze waarop deze worden belicht.

Deze trendwijziging brengt het risico met zich mee  dat de media zich door andere belangen gaat laten leiden. Dit zal in de meeste gevallen nog niet zover gaan dat men kan spreken van nepnieuws. Het is echter mogelijk dat een verhaal beter wordt ontvangen wanneer journalisten beginselen van hoor- en wederhoor achterwege laten. Stel dat dit zo is, dan zouden bepaalde media-kanalen dat vanuit hun commercieel belang kunnen prefereren ten koste van achtereenvolgens de belangen van betrokken partijen en de maatschappij.

Daarbij komt nog dat een journalist niet is gebonden aan strikte regels alhoewel  journalisten soms gebonden zijn aan interne regels die door het mediabedrijf zijn opgesteld of voortvloeien uit collectieve zelfregulering zoals die plaats vind door de  Raad voor de Journalistiek.

Ook bij de toepassing van grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid komt journalisten meer vrijheid toe dan ‘normale burgers’. Indien een rechter immers moet afwegen of een uiting inbreuk maakt op iemand zijn persoonlijke levenssfeer, weegt het in het voordeel van een journalist dat zijn werk ‘in het democratisch belang’ wordt geacht. Wanneer dezelfde uiting door een fanatieke ouder langs het voetbalveld wordt gedaan, zal deze op minder begrip kunnen rekenen. Hoewel de persvrijheid niet in alle gevallen zal opwegen tegen een inbreuk in de persoonlijke levenssfeer, stelde de Hoge Raad hieromtrent toch:

“Daarbij komt aan de positie van de pers bijzondere betekenis toe gelet op enerzijds de taak van de pers om informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en om zijn vitale rol van publieke waakhond te spelen, en anderzijds gelet op het recht van het publiek informatie en ideeën te ontvangen.”6

Invloed op de wetgeving

Op zich is de verschuiving van een meer maatschappelijke rol van journalisten naar een meer commerciële rol   in samenhang met de omvangrijke bevoegdheid geen onoverkomelijk probleem. De burger zal bepaald nieuws op waarde weten te schatten en van nieuws met een commercieel tintje zal dan ook niet snel grote maatschappelijke onrust ontstaan. In samenhang met het gegeven dat de media een niet te onderschatten  mate van invloed heeft op de politiek wordt het echter een groter probleem.7 Zo zou bijvoorbeeld in de media het verhaal kunnen worden geproduceerd dat bepaalde bedrijven uit Nederland vertrekken als er geen belastingverlagingen komen, waarna de politiek onder druk toch voor de belastingverlaging zwicht.

Maar mag men uit het feit dat de media de politiek kan beïnvloeden wel zonder meer de conclusie trekken dat daarmee aldus ook de wetgeving kan worden beïnvloed? In 2017 verscheen een proefschrift van L. Melenhorst naar de invloed van de media op de daadwerkelijke totstandkoming en vormgeving van wetten in Nederland.8 De algemene conclusie was dat die invloed in de praktijk uiterst beperkt was. Hieronder zal ik kort haar bevindingen uiteenzetten. Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds het initiëren van nieuwe wetgeving, en anderzijds beïnvloeden van een wet tijdens de totstandkoming daarvan.

Belang van de staat

Allereerst werkt de media weliswaar als een katalysator en kunnen er daadwerkelijk maatschappelijke problemen via de media de politiek bereiken,9 doch betekent dat niet dat daarmee ook de wetgeving wordt beïnvloed. De meeste mediaberichten hebben immers slechts doorwerking tot de zogenoemde ‘symbolische’ politieke agenda’s.10 Politici gebruiken deze artikelen om in de Kamer vragen te stellen, of verwerken deze in toespraken, maar slechts om hun eigen reeds gevormde standpunten kracht bij te zetten. De invloed op de ‘substantiële’ politieke agenda’s, te weten de agenda’s die werkelijk beleidsconsequenties hebben, is uiterst beperkt. Dit komt mede doordat zelden werkelijk nieuwe feiten via de media aan het licht worden gebracht.11

Ook gedurende de wetgevingsprocessen is de invloed van de media nihil. Enerzijds komt dit doordat journalisten niet graag stukken blijken te schrijven over ingewikkelde wetstechnische aspecten, maar liever bijvoorbeeld politieke conflicten behandelen.12De klant is immers koning. Als gevolg daarvan krijgt slechts 20% van alle wetten überhaupt aandacht van de media, en slechts de helft daarvan aanzienlijke aandacht.13 De commotie die ontstond tijdens de hervorming van het arbeidsrecht en de druk die mede via de media werd uitgeoefend om het nogmaals te herzien, is dan ook zeer uitzonderlijk.

Anderzijds is een belangrijke oorzaak die aan de beperkte invloed ten grondslag ligt dat verreweg de meeste wetsvoorstellen worden bedacht en gevormd door de coalitie achter gesloten deuren.14 Vervolgens wordt bij andere partijen daarvoor om steun gezocht door middel van compromissen. Wanneer het wetsvoorstel de Kamer bereikt is het aldus zo goed als zeker dat die in nagenoeg ongewijzigde vorm zal worden aangenomen.

Conclusie

Gelet op de eerder genoemde trends en bevoegdheden van de media is de vaststelling van de beperkte invloed wellicht geruststellend. Anderzijds is het uiteraard ook enigszins teleurstellend dat de media haar rol als waakhond van de maatschappij en informatiebron voor het volk omwille van commerciële belangen verzaakt.

Voetnoten

 

  1. J. Postma, ‘Stafchef Kelly dient het presidentschap, niet Trump’ FD 3 februari 2017.
  2. A. Heywood, Politics, Hampshire: Palgrave Macmillan 2013, p. 185-186.
  3. A. Heywood, Politics, Hampshire: Palgrave Macmillan 2013, p. 182.
  4. Al dient nog worden uitonderhandeld in welke mate, waarbij Shell zichzelf in een uitstekende onderhandelpositie heeft gewerkt en de bal bij de overheid ligt.
  5. A. Heywood, Politics, Hampshire: Palgrave Macmillan 2013, p. 179.
  6. HR 18 december 2015, NJ 2016/31, ECLI:NL:HR:2015:3627.
  7. A. Heywood, Politics, Hampshire: Palgrave Macmillan 2013, p. 178.
  8. L.D. Melenhorst, Media and lawmaking: exploring the media’s role in legislative processes (diss. Leiden), 2017, https://openaccess.leidenuniv.nl.
  9. L.D. Melenhorst, Media and lawmaking: exploring the media’s role in legislative processes, p. 96.
  10.  ibid., p. 4-6.
  11.  ibid., p. 139.
  12.  ibid., p. 136-137.
  13.  ibid., p. 25.
  14.  ibid., p. 133.
Kennedy van der LaanDe Nederlandsche BankAllen & OveryDirkzwager
HVG Law LLPDLA PiperVan DoorneBaker McKenzie
Inloggenclose