Religie en burgerlijk recht

Het is echter niet de beslissing die ons hier zal bezig houden, maar de argumentatie. Dit is wat Lord Atkin, een van de law lords uit de meerderheid van drie, over de zorgvuldigheidsmaatstaf had te zeggen: ‘At present I content myself with pointing out that in English law there must be, and is, some general conception of relations giving rise to a duty of care, of which the particular cases found in the books are but instances. The liability for negligence, whether you style it such or treat it as in other systems as a species of “culpa,” is no doubt based upon a general public sentiment of moral wrongdoing for which the offender must pay. But acts or omissions which any moral code would censure cannot, in a practical world, be treated so as to give a right to every person injured by them to demand relief. In this way rules of law arise which limit the range of complainants and the extent of their remedy. The rule that you are to love your neighbour becomes in law, you must not injure your neighbour; and the lawyer’s question, Who is my neighbour? receives a restricted reply. You must take reasonable care to avoid acts or omissions which you can reasonably foresee would be likely to injure your neighbour. Who, then, in law, is my neighbour? The answer seems to be – persons who are so closely and directly affected by my act that I ought reasonably to have them in contemplation as being so affected when I am directing my mind to the acts or omissions which are called in question’.

Lord Atkin heeft dit criterium natuurlijk ontleend aan de parabel van de barmhartige Samaritaan.4 Hij was niet de eerste die het hanteerde.5 Zijn er meer voorbeelden van Bijbelse invloeden op het recht te noemen? In deze column wil ik enige aanzetten leveren voor verder onderzoek naar deze vraag. Mijn zoektocht zal uitmonden in de conclusie dat ons privaatrecht wemelt van de verwijzing naar Bijbelse normen. Slechts voor een zeer klein gedeelte zullen deze hier aan de orde komen.

‘Wie tegenwoordig over recht en religie begint, heeft vaak de Islam op het oog.’

Wie tegenwoordig over recht en religie begint, heeft vaak de Islam op het oog. Nu is dit ongetwijfeld een belangrijke godsdienst, die in ons land veel aanhangers heeft en diverse rechtsvragen oplevert (euthanasie, hoofddoek, sharia, slacht, enz.). Maar christenen – het wordt wel eens vergeten – zijn er ook nog. Deze column heeft in het bijzonder de invloed van christenen en hun kerkgenootschappen in het vizier. Een verdere beperking is die tot het privaatrecht. Niet dat de christelijke religie in het bestuurs-, staats- en strafrecht geen rol speelt – verre van dat, zoals andere opstellen in deze Juncto aantonen – maar in deze bijdrage kan niet alles aan de orde komen.

Eerst wil ik iets zeggen over de infrastructuur van het vakgebied religie en recht (nr. 2). Dan wil ik enige voorbeelden geven van invloeden op het privaatrecht (nr. 3). Ik sluit af met aanbevelingen voor nader (scriptie?)onderzoek (nr. 4).

Infrastructuur  

Op 8 april 2016 deed het College voor de rechten van de mens uitspraak in de volgende zaak. Biljartvereniging Het Groene Laken te Urk had zich er bij de Koninklijke Nederlandse Biljartbond over beklaagd dat bij de organisatie van de competitie geen rekening was gehouden met biljarters die vanwege hun gereformeerde geloof niet op zondag mogen spelen. Het College stelde Het Groene Laken in het gelijk. Het College constateerde dat sprake was van indirect onderscheid naar godsdienst. Daarvoor bestond geen objectieve rechtvaardiging. Het is een van de weinige uitspraken die het College in 2016 over religie en recht deed,6 maar daarmee zijn we meteen uitgekomen bij het orgaan dat voor de infrastructuur van ons onderwerp van belang is vanwege de betekenis voor de rechtsvorming. Het College voor de rechten van de mens heette  vroeger Commissie gelijke behandeling. Evenmin als de Commissie kan het College bindende uitspraken doen. Een advies is wel zwaarwegend, maar het is niet uitgesloten dat de gewone rechter anders over de klacht van Het Groene Laken zal denken dan het College.

Dat College is niet het enige orgaan in de infrastructuur van religie en recht. Elk beetje specialisatie heeft tegenwoordig zo’n infrastructuur. Voor het gezondheidsrecht zijn er leerstoelen, tijdschriften en verenigingen; idem voor het jeugdrecht, het milieu- en omgevingsrecht en andere subdisciplines. In bescheiden mate doet ook religie en recht hier aan. Zo is er een Centrum voor religie en recht van de faculteit der rechtsgeleerdheid en de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit. Voorts worden er tijdschriften gepubliceerd: het Tijdschrift voor religie, recht en beleid en het Nederlands Tijdschrift voor Kerk en Recht (NTKR). Aan de Rijksuniversiteit Groningen vervult Fokko Oldenhuis de functie van hoogleraar religie en recht. Aan de Vrije Universiteit was en is het Thijmen van der Ploeg die zich hiermee bezig hield.7 En dan zijn er in de gereformeerde en katholieke universiteiten en hogescholen nog de nodige auteurs – zoals Ton Meijers8 – te vinden. Bovendien is er in andere landen het nodige over geschreven.9 Ook wordt over intern kerkrecht gepubliceerd: canoniek recht en synodaal recht. Dat vinden we niet terug in , waar het trefwoord overigens wel goed is voor 2196 uitspraken.10 Een mooi, zij het enigszins verouderd overzicht biedt de Oldenhuis-bundel Kerk, recht en samenleving.11 Vroeger was er ook de Calvinistische Juristenvereniging, die thans Christen Juristen Vereniging heet. Van katholieke huize is er het Thijmgenootschap.

Een overzicht van enige invloeden

In dit onderdeel wil ik aan de hand van de indeling van het Burgerlijk Wetboek enige mogelijke invloeden van religie op het privaatrecht traceren. Ons BW kent geen inleidende titel – die was aanvankelijk wel voorzien, maar na stevige kritiek op het voorontwerp door de Amsterdamse hoogleraar Isaac Kisch is deze geschrapt. Wel kent de doctrine een Algemeen deel. Dan denk ik in het bijzonder aan het Algemeen deel van de Asser serie geschreven door Paul Scholten. Scholten was een overtuigd Christen, die op latere leeftijd belijdend lid werd van de Nederlands Hervormde kerk (tegenwoordig Protestantse Kerk Nederland). Dat laatste is wel eens uit het oog verloren. Zo verscheen in 1996 een bundel opstellen vanuit het naar hem vernoemde Paul Scholten Instituut van de Universiteit van Amsterdam.12 De achterflap van deze bundel vermeldt: “Alle auteurs zijn het erover eens dat Scholtens gedachtegoed ontdaan zou moeten worden van de al te christelijke kantjes. In onttakelde vorm wordt Scholten weer actueel.” Deze visie wordt met kracht  bestreden door Timo Slootweg, die tracht ‘het radicaal kritische karakter van Scholtens eigen religieus-christelijke benaderingswijze meer inzichtelijk en aannemelijk te maken.13

In zekere zin kan ook de constitutionalisering van het privaatrecht als behorend tot het algemeen deel worden gezien. De kerk moest aanvankelijk weinig tot niets van mensenrechten hebben. Dat veranderde pas met kerst 1942, toen paus Pius XII het hier plotseling voor op nam.14 Van de verschillende boeken van het BW heeft Boek 1 vermoedelijk het meeste van doen  met religie. Instellingen als huwelijk en echtscheiding staan bekend als confessionele bolwerken – getuige de moeite bij invoering van echtscheiding en de kwestie van de ambtenaren van de burgerlijke stand die weigerden mee te werken aan het homohuwelijk. De meningsverschillen tussen ChristenUnie en D66 bij de recente kabinetsformatie liggen nog vers in het geheugen. Toch moet men niet denken dat religie altijd haaks staat op modernisering. In 1986 was het de Remonstrantse Broederschap die de zegenbede over een verbond van twee mensen invoerde15 en daarmee de weg voor een wettelijke regeling van het samenwonen buiten huwelijk vrijmaakte.

Boek 2 lijkt vooral voor de kerkorde van belang. Is een kerkgenootschap een vereniging? Het is de Amsterdamse VU-hoogleraar Thijmen van der Ploeg die hierover geschreven heeft.16 De jurisprudentie is omvangrijk. Zo bepaalde het Hof Arnhem-Leeuwarden: ‘Een kerkgenootschap is een organisatie van aangeslotenen die zich de gemeenschappelijke godsverering van de aangeslotenen op de grondslag van gemeenschappelijke godsdienstige opvattingen ten doel stelt en die als zelfstandig kerkgenootschap wil gelden. NGK heeft gemotiveerd gesteld dat zij de hiervoor genoemde doelstelling kent ten behoeve van haar kerkleden in en rond Heerenveen, op basis van de uitgangspunten van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Het hof heeft op basis van het voorliggende dossier geen enkele reden om aan de juistheid van die stelling te twijfelen. Molenwijk heeft ook niets aangevoerd waarin een aanknopingspunt voor twijfel over de status van NGK als kerkgenootschap kan zijn gelegen. Daarmee staat naar het oordeel van het hof genoegzaam vast dat NGK heeft te gelden als een kerkgenootschap en dientengevolge op grond van artikel 2:2 lid 1 BW rechtspersoonlijkheid bezit. De omstandigheid dat NGK volgens haar eigen stelling geen statuut kent, kan niet afdoen aan het feit dat NGK als kerkgenootschap rechtspersoonlijkheid bezit. Ook de omstandigheid dat NGK, al dan niet ten onrechte, niet in het handelsregister is ingeschreven, doet niet af aan het feit dat zij, als kerkgenootschap, een rechtspersoon is.17

De boeken 3, 5, 6, 7 en 8 brengen ons bij het vermogensrecht. Hier moet men onder andere denken aan open normen als die inzake goede trouw, openbare orde en redelijkheid en billijkheid. Een voorbeeld kwamen we hierboven reeds tegen in het Engels/Schotse arrest Donoghue v Stevenson. Een voorbeeld uit eigen land is de plaatsing van een datadrager onder de predikant van de gereformeerde gemeente te Kruiningen.18 In het arbeidsovereenkomstenrecht rijst de vraag hoe dit zich verhoudt tot de bijzondere positie van kerkelijke werkers.19 Kan hun werkgever eisen dat zij in celibaat leven? Is hier überhaupt wel sprake van een arbeidsovereenkomst?20 Hier is een reeks voorbeelden te geven.

Gaat het hierbij om de invloed van religie op het recht, het omgekeerde kan zich ook voordoen. Een voorbeeld biedt het verschijnsel van de kerksplitsing. Stel de plaatselijke Nederlands Hervormde kerk weigert zich aan te sluiten bij de Protestantse Kerk Nederland. Wat moet er dan gebeuren met het fraaie kerkgebouw: wordt dat bepaald door de gemeente of door de synode? Juridisch gezien is dit een kwestie van uitleg van kerkelijke reglementen. Nu uitleg een feitelijke kwestie is, betekent dit dat een gerechtshof de hoogste instantie is die hierover oordeelt. Dat brengt mee dat er rechtsverscheidenheid kan ontstaan. Niet alleen kan ontstaan, maar ook daadwerkelijk is ontstaan

Ik noemde nog niet boek 4 over erfrecht, dat – iets minder dan boek 1 – ook de nodige religieuze aspecten heeft. Het antwoord op de vraag of een dominee of een pastoor kan erven, is in beginsel positief. Toch kan in een bepaald geval een beroep worden gedaan op de vernietigbaarheid van de erfstelling. In een procedure bij de rechtbank Oost-Brabant speelde het volgende. Een pastoor was door een parochiaan tot enig erfgenaam benoemd. In een eerder testament van erflater waren de nichtjes van erflater tot erfgenaam benoemd. De familieleden van erflater stelden allereerst dat erflater het testament onder druk van de pastoor had gewijzigd. Maar aan die stellingen wisten de familieleden nauwelijks handen en voeten te geven. Van een nietig testament was dan ook geen sprake.

Alleen als de erfstelling gemaakt is tijdens de ziekte van erflater en het gaat om een dominee of pastoor die tijdens die ziekte bijstand verleende, kan een beroep worden gedaan op de vernietigbaarheid van de erfstelling. Dat hoeft echter niet, familieleden kunnen ook beslissen geen beroep te doen op de vernietigbaarheid van de erfstelling. Als zo’n beroep achterwege blijft, dan blijft de dominee of pastoor gewoon (rechtsgeldig) erfgenaam.

Civielrechtelijk kan een dominee of een pastoor dus gewoon erven. Kerkrechtelijk kan dat echter nog wel eens anders zijn. De Rooms-Katholieke Kerk heeft bijvoorbeeld gedragsregels opgesteld voor (onder andere) pastoors, de zogenaamde ‘Gedragscode Pastoraat‘. Een vergelijkbare bepaling is te vinden in de ‘Beroepscode en gedragsregels voor predikanten en kerkelijk werkers‘ van de Protestantse Kerk Nederland.

Boek 9 is een verhaal apart. Het hele boek bestaat nog niet, maar als het er ooit nog van mocht komen zal het wel iets in de trant van ‘Intellectuele eigendom’ gaan heten.

Boek 9 is een verhaal apart. Het hele boek bestaat nog niet, maar als het er ooit nog van mocht komen zal het wel iets in de trant van ‘Intellectuele eigendom’ gaan heten. Meijers had er aanvankelijk de titel ‘Rechten van de scheppende mens’ voor bedacht, maar dat mocht niet van de Christelijke partijen, immers niet de mens maar ’alleen God schept’.

En dan is er sinds kort boek 10 over internationaal privaatrecht. Dat ziet op internationale kwesties die geregeld om religie draaien. Ik vergeet bijna boek 8 inzake verkeer en vervoer. Dat zal voor ons thema toch niets opleveren? Dat dacht ik ook totdat ik zag dat in Engeland althans tot voor kort ecclesiastical & maritime courts hebben bestaan. Ten slotte is er ook nog het kerkelijk procesrecht.21

Conclusie      

Recht en religie is een interessant thema. Niet alleen de Islam – en de Sharia – komen in dit verband voor bestudering in aanmerking; dat geldt ook voor het Christendom (en voor andere Godsdiensten en levensbeschouwingen). Een korte inventarisatie levert diverse rechtsvragen op. Bij wisselwerking van recht en religie zullen wij in de eerste plaats denken aan personen- en familierecht, erfrecht en internationaal privaatrecht. Maar ook rechtspersonenrecht, goederenrecht, contractenrecht en aansprakelijkheidsrecht tonen dwarsverbanden. Dat geldt ook voor intellectuele eigendom en mogelijk zelfs voor transportrecht. Ten slotte zijn ook algemene beginselen en constitutioneel recht een Fundgrube voor nader onderzoek.

Kennedy van der LaanYoung Talent GroupAllen & OveryPels Rijcken
DLA PiperVan DoorneBaker McKenzieHVG Law LLP
Inloggenclose