Verplichte anticonceptie bij kwetsbare vrouwen: wiens recht prevaleert?

Verplichte anticonceptie bij kwetsbare vrouwen: wiens recht prevaleert?

Vorige artikel | Volgend artikel

Inleiding

Op 1 januari 2020 werd de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ingevoerd. Sinds de invoering van deze wet, is er aan zes vrouwen met ernstige psychiatrische problematiek verplichte anticonceptie gegeven. Deze vrouwen wordt de anticonceptie verplicht, omdat zij door hun psychiatrische problematiek niet in staat zijn om voor hun kind te zorgen of zelfs een gevaar zijn voor het kind. De mogelijkheid om door een rechterlijke zorgmachtiging of crisismaatregel via de burgemeester anticonceptie te verplichten staat echter op gespannen voet met enkele fundamentele mensenrechten van deze vrouwen. Het is namelijk een ingrijpende maatregel. 

In deze bijdrage staat de Wvggz centraal. Er wordt uiteengezet op wie deze norm betrekking heeft en wanneer deze wet kan worden toegepast. Daarna wordt er ingegaan op motiveringsgronden van (oud-)rechters en op welke gronden verplichte anticonceptie in de rechtspraak wordt toegewezen. Tot slot volgt een niet-limitatieve opsomming van mensenrechten waar het toedienen van verplichte anticonceptie een mogelijke inbreuk op maakt.

Wat houdt de Wvggz in en voor wie geldt deze?

Per 1 januari 2020 werd de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) vervangen door de Wvggz en de Wet zorg en dwang (Wzd). De Wvggz regelt de rechten van mensen die verplichte zorg krijgen en de rechten van hun naasten. De Wvggz strekt tot mensen bij wie een psychische stoornis leidt tot gedrag dat ernstig nadeel veroorzaakt voor henzelf of voor anderen. 

De wet streeft ernaar om verplichte zorg zo veel mogelijk te voorkomen en enkel in te zetten als het noodzakelijk is. Zelfs in die situatie mag alleen de minst ingrijpende vorm van verplichte zorg worden ingezet, met zo min mogelijk dwang. Ook wordt er gestreefd naar de waarborging van de rechtspositie van personen met een psychische stoornis. Hierdoor zijn er meer klachtgronden opgenomen, en hebben patiënten meer procedurele rechten gedurende de aanvraag en/of uitvoering van verplichte zorg.

Inbreuk op mensenrechten

Vrouwen kunnen in het geval van verplichte zorg niet meer zelf beschikken over hun lichaam. Het toedienen van verplichte anticonceptie is dus een zwaarwegende beperking, die op gespannen voet staat met mensenrechten. Zo stelt art. 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) dat iedereen recht heeft op respect voor zijn privéleven. Onder dit recht valt het recht op zelfbeschikking; een persoon mag zelf beslissen over zijn of haar leven. 

Artt. 10 en 11 van de Grondwet strekken tot hetzelfde beginsel, namelijk de eerbiediging van persoonlijke levenssfeer en onaantastbaarheid van zijn lichaam. Onder onaantastbaarheid valt het recht op lichamelijke integriteit; zonder toestemming of goede reden mag je niet aan een iemands lichaam komen. Dit recht biedt mensen bescherming tegen ongewenste (medische) ingrepen aan hun lichaam. Door het toedienen van verplichte anticonceptie wordt er een directe inbreuk gemaakt op dit recht.

Ook staat het toedienen van verplichte anticonceptie op gespannen voet met art. 12 EVRM. Volgens dit artikel hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. 

Volgens art. 23 van het VN-verdrag Handicap zijn de lidstaten verplicht om doeltreffende maatregelen te nemen om een eind te maken aan discriminatie van personen met een handicap, in alle kwesties met betrekking tot huwelijk, gezin, ouderschap en relaties. Sub c stelt dat mensen met een handicap, inclusief kinderen, hun vruchtbaarheid behouden op een gelijke basis met anderen. 

Het toedienen van verplichte anticonceptie vormt dus een inbreuk op een flink aantal mensenrechten. Maar, niet iedere inbreuk leidt direct tot een schending van mensenrechten. Er zijn een aantal strenge vereisten verbonden hieraan. Zo moet de inbreuk een wettelijke grondslag hebben; in dit geval de Wvggz. Het toedienen van verplichte anticonceptie mag pas worden ingezet, wanneer de rechter erover heeft besloten en een zorgmachtiging afgeeft. De Wvggz maakt het alleen mogelijk voor de rechter om zorg op te leggen indien dit de enige manier is om het ernstige nadeel weg te nemen. Verder moet de inbreuk een legitiem doel dienen, zoals het beschermen van de belangen van anderen. 

Daarnaast moet de inbreuk noodzakelijk zijn. Om dit te bepalen is het van belang om alle mogelijkheden af te wegen, en na te gaan of er geen middel is dat hetzelfde doel bereikt, maar minder belastend is. De maatregel zou ook niet te lang worden opgelegd, of zonder toets worden verlengd. Als laatste moet de maatregel effectief zijn. In hoeverre draagt het toedienen van verplichte anticonceptie bij aan de veiligheid van zowel de vrouw als haar kinderen? Omdat er sprake is van een inbreuk op meerdere mensenrechten, is zorgvuldige en terughoudende toetsing door de rechter op zijn plaats. 

Motiveringsgronden

Het idee van verplichte anticonceptie kwam al veel eerder in opspraak. Voormalig zorgwethouder Hugo de Jonge stelde dat vrije gezinsvorming en de integriteit van het lichaam van belang zijn, maar het veilig in een gezin opgroeien voor een kind net zo fundamenteel is. Volgens De Jonge lag het primaat bij de ouders, maar wordt er nu meer gericht op bescherming van het kind. Niet geboren worden wordt daarbij ook gezien als een vorm van kinderbescherming.

De Beraadsgroep verplichte anticonceptie, onder leiding van oud-kinderrechter Cees de Groot, is een voorstander van het toedienen van verplichte anticonceptie. Zij hebben voordat de Wvggz in werking trad, een conceptwetsvoorstel geschreven over verplichte anticonceptie. Zij stelden dat op die manier veel onnodig kinderleed kan worden voorkomen. De Groot noemt als voorbeeld een prostituee die de diagnose schizofrenie kreeg. Ze beviel van drie kinderen; twee werden direct uit huis geplaatst, en zelfs na de derde weigerde ze anticonceptie. Ze wilde direct zwanger raken, omdat bepaalde klanten een voorkeur hadden voor zichtbare zwangere vrouwen. Het kind zou dan opgroeien in een thuisloze situatie, zonder een band met de moeder. Zo zou het kind volgens De Groot geen identiteit ontwikkelen die goed is voor een mens. 

De Rechtbank Rotterdam heeft in september 2020 een zorgmachtiging afgegeven voor het toedienen van verplichte anticonceptie. De zaak betrof een vrouw wiens vier kinderen onder toezicht zijn geplaatst en waarover zij dus geen gezag had. Dit had een enorme negatieve invloed op haar toestandsbeeld (de beschrijving van de mentale toestand), omdat het emotioneel heel zwaar was. De vrouw had enige tijd voor de uitspraak ook nog een abortus ondergaan, omdat ze het niet verstandig vond om door te gaan met de zwangerschap. Om te voorkomen dat haar toestandsbeeld verder zou verergeren, en zij daardoor ernstig nadeel zou ondervinden, is verplichte anticonceptie opgelegd. De rechtbank benadrukte in deze zaak dat er geen minder bezwarende alternatieven waren die hetzelfde beoogde effect zouden hebben. Verder werden andere voorgestelde vormen van verplichte zorg door de rechtbank afgewezen, omdat de noodzakelijkheid onvoldoende werd gemotiveerd. Hieruit blijkt dat de eerder genoemde criteria per situatie worden toegepast, en dat er sprake is van terughoudende toetsing. 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  1. Wet verplichte ggz (Wvggz), Rijksoverheid, dwangindezorg.nl.
  2. Wet Bopz (niet meer geldig), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, igj.nl.
  3. Wet verplichte ggz (Wvggz), Rijksoverheid, dwangindezorg.nl.
  4. Wet verplichte ggz (Wvggz), Rijksoverheid, dwangindezorg.nl.
  5. Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg (Kamerstukken I 2016/17, 32399).
  6.  A. Visscher, ‘WVGGZ: wat staat ons te wachten?’, dejongepsychiater.nl, april 2019.
  7. ‘Verplichte anticonceptie voor vrouwen op gespannen voet met mensenrechten’, mensenrechten.nl, 11 oktober 2021.
  8. Wet verplichte ggz (Wvggz), Rijksoverheid, dwangindezorg.nl.
  9. N. Markus, ‘Verplichte anticonceptie voor kwetsbare vrouwen’. Trouw 1 oktober 2016.
  10.  ‘Anticonceptie als kinderbescherming?’ humanistischverbond.nl, 8 oktober 2021. 
  11. ‘Anticonceptie als kinderbescherming?’ humanistischverbond.nl, 8 oktober 2021. 
  12. ‘Wetsvoorstel verplichte anticonceptie’, sdu.nl, 7 februari 2017.
  13.  ‘Experts: ongeschikte moeders moeten gedwongen anticonceptie krijgen’, de Volkskrant 27 oktober 2020.
  14. ‘Gesprek met oud-kinderrechter Cees de Groot’, nos.nl, 22 januari 2017.
  15. Rb. Rotterdam 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9178
  16. G. Glas, ‘Over het psychiatrisch ziektebegrip’, p. 2.
Kennedy van der LaanDe Nederlandsche BankAllen & OveryDirkzwager
DLA PiperBaker McKenzieHVG Law LLPVan Doorne
Inloggenclose